De vruchtwaterpunctie of amniocentese is een prenataal onderzoek dat kan gebeuren vanaf de zestiende week van de zwangerschap. Met dit onderzoek kunnen chromosoomafwijkingen zoals het syndroom van Down vastgesteld worden. Ook neurale buisdefecten kunnen ermee opgespoord worden.

Dit is geen standaard onderzoek. Het wordt enkel uitgevoerd indien er een verhoogd risico is op een genetische aandoening. Het nadeel in vergelijking met de vlokkentest is dat een vruchtwaterpunctie maar laat in de zwangerschap kan gebeuren en het ook nog verscheidene weken duurt eer het resultaat er is. Dat maakt het extra moeilijk wanneer je een zwangerschapsonderbreking zou overwegen. Voordelen ten opzichte van de vlokkentest zijn wel dat er minder kans is op een miskraam en dat met dit onderzoek ook neurale buisdefecten opgespoord kunnen worden.

Vruchtwaterpunctie wordt ook gebruikt om de bloedgroep van de baby te bepalen. Dit is van belang wanneer bijvoorbeeld de moeder rhesus negatief bloed heeft en reeds antistoffen heeft tegen rhesus positief bloed (als gevolg van een vroegere zwangerschap).

vruchtwaterpunctieUitleg vruchtwaterpunctie

Net als bij de vlokkentest wordt eerst de ligging van het kind en de placenta bepaald met een echo. Dan wordt met een naald, door de buikwand heen, ongeveer 20 mL vruchtwater opgezogen – dit is ongeveer 10 procent van de totale hoeveelheid. Indien geen of onvoldoende vruchtwater kan afgenomen worden dan kan het zijn dat een tweede keer geprikt wordt of dat je na een week nog eens moet terugkomen. De vruchtwaterpunctie kan gebeuren onder lokale verdoving maar meestal is geen verdoving nodig.
De plaats waar geprikt is kan enkele dagen pijn doen, ook kan je een licht menstruatie-achtig gevoel hebben. Het is toch aangeraden na het onderzoek minstens 24 uur rust te nemen.

In het vruchtwater wordt de hoeveelheid Alfa-FoetoProteine (AFP) bepaald. Wanneer dit eiwit verhoogd is bestaat er een kans op neurale buis defecten, zoals open ruggetje.
De cellen in het vruchtwater worden opgekweekt in een voedingsbodem. Uit het onderzoek van deze cellen kan men het geslacht bepalen en nagaan of er chromosoomafwijkingen zijn (o.a. syndroom van Down).

De bepaling van AFP (Alfa-FoetoProteine) – als indicator voor risico op neurale buis defecten – is een bijkomstig onderzoek. Indien je niet wenst dat deze extra bepaling gebeurt dan maak je dit best kenbaar aan je arts.
Je moet zo’n 2 tot 3 weken wachten op het resultaat van dit onderzoek, omdat het opkweken van de cellen zolang duurt.

Risicos bij vruchtwaterpunctie

Er is bij vruchtwaterpunctie een risico van ongeveer 0,5 procent op een miskraam. Mogelijke oorzaken van een miskraam zijn dat de placenta geraakt werd door de naald, infectie of weeenactiviteit als gevolg van het onderzoek. Het risico is wel lager dan bij een vlokkentest.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

:bye:
 
:bye:
:good:
 
:good:
:negative:
 
:negative:
:scratch:
 
:scratch:
:wacko:
 
:wacko:
:yahoo:
 
:yahoo:
B-)
 
B-)
more...