Ongeveer één op zes koppels kampt met vruchtbaarheid problemen. Maar wat betekent dat precies, vruchtbaarheid problemen? Bij wie moet de oorzaak van de vruchtbaarheid problemen gezocht worden en is dat wel een goede vraag? En wat kan zoal je vruchtbaarheid beïnvloeden of een zwangerschap in de weg staan? Een oplijsting van enkele bestaande onderzoeken die uitgevoerd worden bij vruchtbaarheid problemen en wat deze inhouden.

Misschien klinkt het hard maar de helft van de koppels met moeilijkheden om zwanger te worden had dit probleem deels zelf kunnen vermijden. Vruchtbaarheidsspecialisten zeggen dat de negatieve impact van vervuiling, leeftijd en levensgewoonten op de vruchtbaarheid nog te weinig gekend zijn.

Factoren die je zelf in de hand kan hebben zijn:

Overgewicht en roken tasten trouwens ook de vruchtbaarheid van het nageslacht aan. Veel mensen blijken echter voldoende vertrouwen te hebben in technieken zoals IVF dat ze het niet nodig achten hun levensstijl aan te passen om zwanger te worden.

Ondervraging bij vruchtbaarheid problemen

Een gesprek met de arts waarbij deze gerichte vragen stelt om meer voor de hand liggende oorzaken van de vruchtbaarheid problemen te ontdekken. Hierbij wordt aandacht besteed aan onder andere:

  • voedingsgewoonten
  • medische voorgeschiedenis: behandelingen, gebruikte medicatie, geslachtsziekten, enz…
  • gebruik van drank, drugs en tabak
  • beroepsfactoren, bijvoorbeeld mannen die met pesticiden of zware metalen werken
  • gekende problemen met zaadlozing, menstruatie, etc…

Onderzoeken bij mannen

Zie ook mannelijke vruchtbaarheid en ‘als het niet lukt’ op papaworden.be.

Sperma onderzoek

Hierbij wordt de hoeveelheid en de kwaliteit van de zaadcellen in het sperma bekeken. Een sperma onderzoek is bij de man het meest veelzeggende onderzoek, en is dan ook het vertrekpunt om vruchtbaarheid problemen bij de man op te sporen.

Hoeveelheid zaadcellen – normaal 30 miljoen per milliliter:

  • Bij minder dan 20 miljoen zaadcellen per milliliter spreekt men van oligozoöspermie.
  • Bij volledige afwezigheid van zaadcellen spreekt men van azoöspermie.

Kwaliteit zaadcellen – beweeglijkheid en vorm:

  • Wanneer de zaadcellen niet voldoende beweeglijk zijn spreekt men van asthenozoöspermie.
  • Wanneer meer dan 70% van de zaadcellen een afwijkende vorm heeft spreekt men van teratozoöspermie.

Samen met bovenstaande parameters wordt vaak ook de zuurtegraad (pH waarde), de aanwezigheid van antistoffen (zie onderdeel ‘Immunologisch onderzoek’) en de hoeveelheid sperma per ejaculatie bepaald.
Er wordt zelden een beslissing genomen op basis van één enkel staal omdat de kwaliteit van het sperma sterk varieert met de tijd, het is dus normaal dat er minstens twee keer een sperma onderzoek wordt uitgevoerd. De resultaten van verschillende sperma onderzoeken kunnen ver uit elkaar liggen, dit is geen reden tot ongerustheid en zelfs bij de meeste (vruchtbare) mannen het geval.

Hormonaal onderzoek

FSH (Follikel Stimmulerend Hormoon) stimuleert de zaadballen om zaadcellen aan te maken, een te weinig van FSH kan een verminderde hoeveelheid zaadcellen verklaren.
De hoeveelheid testosteron is een maat voor de activiteit van de zaadballen.
Hormonale problemen kunnen aangetoond worden met een bloedonderzoek.

Immunologisch onderzoek

De TAT test (Tray-Agglutination Test) of Friberg test wordt uitgevoerd op een bloedstaal om na te gaan of er antistoffen tegen zaadcellen geproduceerd worden. Deze test levert veel vals positieven op (tot 30 percent van de gevallen) en wordt meestal geverifieerd met een MAR test. Als eerste screening naar antistoffen gaat zowel bij mannen als bij vrouwen de voorkeur uit naar de TAT test, omdat deze weinig vals negatieven oplevert: als met deze test geen antistoffen gevonden worden, dan is men er vrij zeker van dat er geen zijn.

Een MAR (Mixed Antiglobulin Reaction) test of IBT (ImmunoBead Test) kan gebruikt worden om na te gaan of in het sperma antistoffen tegen zaadcellen voorkomen, en wordt dus uitgevoerd op een zaadstaal. Er wordt gekeken naar 2 soorten antistoffen: IgA en IgG.

Medische beeldvorming bij vruchtbaarheid problemen

Verschillende beeldvormingstechnieken kunnen gebruikt worden om lichamelijke factoren aan het licht te brengen.

  • Bij een flebografie wordt onder lokale verdoving contrast vloeistof ingespoten. Zo worden bloedvaten zichtbaar gemaakt op rontgenfoto’s en kunnen eventuele spataders aangetoond worden.
  • Een scrotale echografie kan o.a. verkalkingen, vochtblaasjes en spataders aan de zaadballen opsporen.
  • Transrectale echografie wordt uitgevoerd bij azoöspermie en wanneer resultaten van andere tests een verstopping ter hoogte van prostaat of zaadblaasjes doen vermoeden. Via de aars wordt een sonde ingebracht die met ultrasone golven een beeld maakt van de omgeving van de prostaat. Zo kunnen verstoppingen, verkalking van de prostaat of afwezigheid van zaadblaasjes aangetoond worden.
  • Een vasografie wordt uitgevoerd wanneer het resultaat van andere echografieën onzeker is. Bij dit onderzoek wordt het traject van de zaadleiders in beeld gebracht door een contrast vloeistof in de zaadleider in te spuiten. Zo kan men obstructies in de zaadleiders opsporen. Dit onderzoek gebeurt meestal onder volledige verdoving.

Biopsie van de zaadballen

Een biopsie wordt uitgevoerd in geval van azoöspermie, i.e. afwezigheid van zaadcellen in het sperma, en wanneer geen obstructie in de zaadleiders werd gevonden via bovenstaande technieken. Met een biopsie kan men nagaan of er zaadcellen geproduceerd worden.
Soms wordt eerst een biopsie uitgevoerd en pas naar obstructies gezocht wanneer men zeker is dat er zaadcellen worden geproduceerd.

Onder lokale of volledige verdoving wordt een klein stukje weefsel van de zaadballen chirurgisch verwijderd. Dit weefsel wordt microscopisch bekeken op aanwezigheid van zaadcellen.

vruchtbaarheid problemenPost-coitum test bij vruchtbaarheid problemen

De post-coitum test wordt ook wel de Sims-Hühner test of samenlevingstest genoemd. Hierbij moet het koppel de avond voor het onderzoek gemeenschap hebben. Bij het onderzoek wordt gekeken of in het baarmoederhalsslijm levend sperma aanwezig is, en of de zaadcellen voldoende beweeglijk zijn. Zo kunnen o.a. problemen met antistoffen in het sperma of het baarmoederhalsslijm aangetoond worden. De sperma-mucus test of SCMC (Sperma Cervical Mucus Contact) test is een variatie op de post-coitum test waarbij zaadcellen en baarmoederhalsslijm in het laboratorium worden samengevoegd.

Onderzoeken bij vrouwen

Zie ook vrouwelijke vruchtbaarheid.

Hormonaal onderzoek

Het gehalte van verschillende hormonen wordt nagegaan via een bloedonderzoek.

  • hormonen met effect op de eicelrijping of erbij ontstaan, nl. FSH en LH
  • mannelijke hormonen geproduceerd in de bijnieren
  • het stresshormoon prolactine
  • schildklierhormonen

Immunologisch onderzoek

Om na te gaan of je antilichamen tegen zaadcellen produceert. Dit kan gebeuren via de TAT test (Tray Agglutination Test), ook wel Fribergtest genoemd. Bij de TAT wordt je bloed in het laboratorium in contact gebracht met anonieme zaadcellen. Wanneer er agglutinatie (samenklontering) optreedt dan kan dit wijzen op de aanwezigheid van antistoffen.

De TAT of Fribergtest levert vaak vals positieven, en is dus enkel geschikt als eerste screening. Als deze test indicatie geeft van antilichamen dan wordt bevestiging gezocht met de sperma-mucus of SCMC test, deze heeft als voordeel dat zowel antistoffen in het baarmoederhalsslijm als in het sperma aangetoond kunnen worden.

Medische beeldvorming

Een echografie om eierstokken en baarmoeder te checken op afwijkingen.
Bij een hysterosalpingografie wordt via het baarmoederhalskanaal een contrast vloeistof ingespoten die via de baarmoeder doorloopt naar de eileiders. Hierdoor wordt een goed beeld gevormd van de baarmoederholte en kan nagekeken worden of de eileiders goed toegankelijk zijn. Dit onderzoek zou onaangenaam zijn om te ondergaan, maar kan gebeuren zonder verdoving en de risico’s zijn beperkt.
Met een hysteroscopie wordt de vorm van de baarmoeder in kaart gebracht. Hiervoor wordt de baarmoeder met gas of water vergroot om een goed beeld te verkrijgen.
Bij een laparoscopie wordt via een insnede in de navel de endoscoop gedeeltelijk in de baarmoeder geschoven. Zo kan het uitwendige van de baarmoeder en eierstokken in beeld gebracht worden en kunnen problemen zoals endometriose aangetoond worden. Een laparoscopie gebeurt onder volledige verdoving en wordt meestal gecombineerd met een hysteroscopie.

Soms wordt een laparoscopie gecombineerd met een tuboscopie waarbij een fijn kijkaparaat tot in de eileiders wordt gebracht om deze inwendig te kunnen onderzoeken.

Weefselonderzoek of biopsie

Bij een biopsie van het endometrium of baarmoederslijmvlies wordt een stukje slijmvlies weggenomen via de vagina en de baarmoederhals. Vaak wordt samen met dit onderzoek ook een bloedanalyse gedaan om met zekerheid te weten in welke fase van de menstruatie cyclus je zit. Met dit onderzoek kan bepaald worden of er een discrepantie zit tussen je cyclus en de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies.

Soms wordt via een biopsie van eierstokweefsel bepaald of er in de eierstok eicellen zitten die nog moeten rijpen. Deze ingreep gebeurt onder volledige verdoving.

  1. Hallo, omdat ik graag zwanger wil worden en eind november mijn spiraaltje laat verwijderen heb ik mijn slechte gewoontes over boord gegooid, gestopt met roken,véél minder alcohol drinken en eten deed ik al goed, ik vind dat als een vrouw echt zwanger wil worden dat ze er dan voor moet gaan en ongezonde gewoontes gewoon moet laten vallen en zeker vrouwen die roken of drinken tijdens hun zwangerschap vind ik echt niet kunnen. groetjes

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

:bye:
 
:bye:
:good:
 
:good:
:negative:
 
:negative:
:scratch:
 
:scratch:
:wacko:
 
:wacko:
:yahoo:
 
:yahoo:
B-)
 
B-)
more...